Rijswijk, 8 oktober 2006
Mijn schilderijen zijn
gemaakt naar aanleiding van een gedicht. Het is een van de vele prachtige
gedichten die Wislawa Szymborska heeft geschreven. Dit gedicht gaat over een steen,
titel van het gedicht is dan ook: ‘Een gesprek met een steen’.
Mevrouw Szymborska kreeg
in 1996 de nobel prijs voor haar poëzie. En ik las dit gedicht voor het
eerst in mijn eindexamen jaar op de
kunstacademie en ik voelde me als de steen in het gedicht. Dit gedicht
verwoorde op dat moment geheel mijn gevoel. Ik was de steen. Het gevraag van de
docenten naar waarom ik iets maakte was ik beu. Het leek net alsof het idee
achter het kunstwerk belangrijker was dan het resultaat. Ik wist heel goed waarom
ik wilde schilderen en ik wist ook heel goed wat ik wilde verbeelden, maar
zodra ik dat onder woorden moest brengen, kwam ik woorden tekort. Ik schilder
het liever dan dat ik het zeg of schrijf. Net als in het gedicht deed ik de
deur niet open: je komt er niet in, je mist de zin om deel te nemen en je bezit
hoogstens een kiem, van mijn verbeelding.
Vorig jaar had ik met deze
galerie een afspraak gemaakt om hier te gaan exposeren en ik wist meteen dat ik mijn schilderijen zou gaan
maken naar aanleiding van dit gedicht. Er zitten zoveel beeldende elementen in
die ik heel goed kon gebruiken. En tevens bevat het gedicht veel menselijke
emoties, zoals onmacht, kwetsbaarheid, vergankelijkheid. Allemaal aspecten die
steeds in mijn werk terug keren. Ik voel me daarom ook zeer verwant met haar
thema’s.
Szymborska schrijft in
haar gedichten over het menselijk lot. Ze beschrijft ook de vergankelijkheid en
kwetsbaarheid van de mens. Volgens haar zijn we het contact met de
oorspronkelijke natuur kwijt geraakt en zien we geen verbanden meer in de
dingen om ons heen. Ze vertelt haar thema’s op een luchtige manier en vol
humor. Ze gebruikt eenvoudige dingen met een grote betekenis, zoals een steen,
een waterdruppel of een ui.
Vervolgens ging ik aan de
slag. Ik kan jullie wel verzekeren dat het veel eenvoudiger is om een steen te
vinden dan te schilderen. Ik schilderde de stenen zoals ik dacht dat een steen
eruit zou zien. Immers iedereen weet wat een steen is, maar wat zijn de
specifieke kenmerken van een steen?. Hard, rond, koud, hoekig, donker of licht
gekleurd, zwaar en ze liggen overal. Tijdens het schilderen van die stenen
ervoer ik steeds meer sympathie voor de persoon die de steen had willen
bezoeken. Ik had alleen al grote moeite om de buitenkant te verbeelden.
Misschien heb ik daarom
wel aan iedereen, die op reis ging, gevraagd om een steen voor me mee te nemen
uit dat verre oord. Heb ik op die manier
toch een ingang gevonden of een antwoord gekregen op mijn vraag, hoe ziet een
steen eruit? Of had ik behoefte aan een gesprek. Ik heb heel veel stenen gekregen en er is
heel veel gesproken over de stenen. Bijvoorbeeld zo ook met mijn echtgenoot,
die mij belde en zei, hier liggen geen stenen. Sommige stenen werden in
hotelkamers gewassen en in mooie servetten verpakt. Zo liggen er nu, denk ik,
nog steeds een paar vergeten stenen op een bureau in Kazachstan. Of stenen die
wel zijn meegenomen, maar nu thuis opeens onvindbaar zijn. Sommige stenen waren
zo groot dat ik niet begrijp hoe ze door de douane zijn gekomen. Om ze beter te
leren kennen heb ik ze voorzien van een label, waarop staat waar ze vandaan
komen en vervolgens heb ik ze getekend. Nu weet ik iets meer over het uiterlijk
van de stenen en dat elke denkbare vorm gewoon bestaat.
Ik heb niet alleen maar
stenen gekregen, maar ik heb ook een steen weggeven. In ben het park in gegaan en heb een mooie steen gezocht voor
Mevr Szymborska. Via de uitgeverij is het naar haar toegestuurd in Polen. Dit
steentje is een dank betuiging aan haar voor het schrijven van dit prachtige
gedicht en de inspiratie die ze me via dit gedicht heeft gegeven.
Een ieder die een steentje
heeft bijgedragen heel hartelijk bedankt en ook wil ik galerie Arti Shock en de
gemeente Rijswijk heel hartelijk bedanken voor de mogelijkheid om hier de exposeren.